dit is de website van Asha ten Broeke

/ ashatenbroeke@gmail.com / over asha ten broeke / zoeken

Meestal leidt het woord ‘voetbalvrouwen’ bij mij niet tot emancipatietechnische vrolijkheid. Maar vorige week wel. Het Nederlands vrouwenelftal speelde namelijk tegen topfavoriet Duitsland, en 770.000 mensen keken er live naar op Nederland 3. Kranten maakten ruimte om over de wedstrijd te berichten – bijna alsof het over mannenvoetbal ging, behalve dan dat het bericht in deze krant kleiner was dan het dubbelverslag van een verder tamelijk oninteressante etappe in de Tour de France. Maar toch: vrouwenvoetbal werd uitgezonden, bekeken en besproken. En de dames speelden nog gelijk ook.

Voorafgaand aan dit duel las ik in de Volkskrant dat voetbal de snelst groeiende sport onder meisjes is. In 1998 waren er iets meer dan zestigduizend speelsters lid van de KNVB, nu bijna 130.000. De reden: sinds er in Nederland een profcompetitie is voor vrouwen, hebben de meiden wat te dromen.    Zoals de 14-jarige voetbalster Aïscha Daniels: ‘Later hoop ik Ajax te halen, of Oranje.’

Dat dromen is belangrijk. Vorig jaar schreef ik op deze plek over hoe er in de Indiase provincie West-Bengalen bij de dorpsraadverkiezingen zetels werden gereserveerd voor vrouwen. Nog afgezien van het feit dat dit helemaal niet leidde tot de vaak gevreesde vloedgolf van incompetente excuustruzen – integendeel – bleek dat het vrouwenquotum een extra positief effect had op Indiase meisjes. Hun ambities groeiden; ze gingen langer naar school, en besteedden minder tijd aan het huishouden. Er was iets te bereiken voor ze, nu ze niet meer tegengehouden konden worden door een glazen plafond.

Het nadeel van vrolijke dromen is dat de wereld soms zo ruw lijkt als je wakker wordt. Zoals afgelopen donderdag, toen ik tijdens het kijken van Nederland-Duitsland even keek wat er op de sociale media zoal werd gezegd over de wedstrijd. Veel was het niet, en van de mensen die het er wel over hadden, spraken de meesten niet over het spel van de oranje leeuwinnen. Wel hierover: ‘Heerlijk, lekkere wijven op het voetbalveld’. En: ‘Ruilen die vrouwen ook van shirt na de wedstrijd?’ Iemand  gaf elf redenen om naar de wedstrijd te kijken, waarvan er tien foto’s waren van speelster Anouk Hoogendijk, veelal in lingerie, of terwijl ze schaarsgekleed zat te zweten. Dat ze ook kan voetballen was pas reden elf.

Het uiterlijk van een sportvrouw doet er meer toe dan haar prestaties. En wee de vrouw die wel succesvol is maar niet beeldschoon, zo bleek uit een verzameling twitterberichten op de blog Public Shaming. Ze gingen over Marion Bartoli, en waren verstuurd op het moment dat zij glorieus Wimbledon stond te winnen van de langbenige blondine Sabine Lisicki. Een bloemlezing: ‘Iemand die zo lelijk is als Bartoli verdient het niet om te winnen.’ ‘Marion Bartoli is een vette lelijke stinkende kleine slet.’ ‘Bartoli jij dik lesbisch uitziend stuk stront, laat Lisicki winnen godverdomme.’ En dit zijn niet drie spelden in de digitale hooiberg. Er waren honderden van dit soort tweets. Zelfs de BBC-commentator merkte op dat Bartoli niet moeders mooiste was. Waarop zij antwoordde dat ze nooit had gedroomd van een carrière als supermodel. Maar wel over het winnen van Wimbledon.

Dat is een dapper van Bartoli, want we leven in tijden waarin meisjes van jongs af aan wordt ingeprent dat hun uiterlijk is wat telt. In Vrij Nederland schreef ik over de trend dat meisjesspeelgoed tegenwoordig sexy moet zijn. Lego-poppetjes voor meisjes van zes jaar hebben borstjes. Van roze blokjes kun je een schoonheidssalon bouwen. My little ponies hebben sexy lange benen en opgemaakte ogen. Speelgoedwinkels hebben een meisjeshoek vol make-up.

Geen voetbal is er te bekennen. Maar wat hoop ik dat de al die KNVB-meiden toch blijven dromen van eer en glorie bij Ajax en Oranje.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Er zijn mensen die medelijden hebben met Heleen Mees. Die geld willen inzamelen om haar borgsom te betalen, zodat ze de gevangenis kan verlaten waar het New Yorkse OM haar in heeft gestopt op verdenking van stalking en seksuele intimidatie. Opzij-hoofdredacteur Margriet van der Linden sprak op twitter van ‘poor Heleen’.

Het heeft natuurlijk ook iets tragisch. Zo heb je een gepassioneerde affaire met topeconoom Willem Buiter, en zo ben je de afgewezen geliefde. En niet alleen dat: je bent onmachtig om je gierende vurigheid een halt toe te roepen, en de hele wereld is er getuige van.

Die wereld bestaat bovendien niet enkel uit medelijdende toeschouwers. Er is ook leedvermaak. Mensen die ervan genieten een sterke vrouw te zien vallen. Die Mees wegzetten als een gestoord wijf, waar geen zinnig man ooit zijn jongeheer in had moeten hangen. Of als hoer, zoals Jan Dijkgraaf, die op zijn blog stelde dat ze de negentien jaar oudere econoom neukte omdat hij haar kon helpen promoveren.

Hoer, gek, slachtoffer. Alledrie typeringen die duidelijk maken dat deze zaak boven alles draait om gender.

Bij wijze van experiment heb ik gisteren geprobeerd de berichtgeving rondom Mees met andere ogen te lezen. Alsof het niet over Heleen ging, maar over Henk. Henk Mees, invloedrijk Nederlander in New York, ex-minnaar van de prominente wetenschapper en gezinshebbende Wanda Buiter. Nadat zij de relatie verbrak kon Henk haar niet loslaten. Daarbij overschreed hij elke denkbare hartzeergrens. Meer dan duizend mails stuurde hij haar, met subtiele doodswensen (afbeeldingen van dode vogeltjes), minder subtiele doodswensen (‘Ik hoop dat je vliegtuig neerstort’) en seksuele intimidatie (foto’s waarop Henk zich aftrekt). Maar daar stopt Henk niet. Hij benadert Wanda’s gezin, richt zich tot haar man en zelfs haar kinderen. Zij vraagt hem te stoppen, maar hij laat zich nu door niets en niemand meer tegenhouden. Pas als het OM ingrijpt heeft Wanda eindelijk rust.

Zou Van der Linden over ‘arme Henk’ hebben getwitterd? Zou Dijkgraaf hebben geconcludeerd dat Henk met Wanda vree om er een academische titel te verkrijgen?

Ik denk het niet. Want Henk Mees was één van de zovelen geweest. Stalking is nogal een mannenmisdaad. Van de daders is tachtig tot negentig procent vent. Dus is Henk geen uitzondering. Alweer een man die seksueel intimideert. Alweer een man die niet weet wat het woord ‘nee’ betekent. Alweer een man die een vrouw te stuipen op het lijf jaagt. Zoals schrijver Margareth Atwood zei: ‘Mannen zijn bang dat vrouwen ze zullen uitlachen. Vrouwen zijn bang dat mannen ze zullen vermoorden.’

Die uitspraak legt meteen de ironie van de zaak Heleen Mees bloot. Aan de ene kant wordt ze verdacht van een misdrijf waaraan vooral mannen zich schuldig maken. Ergens is dat heel geëmancipeerd van haar: ze liet zich door haar gebrek aan Y-chromosoom niet tegenhouden om seksueel te intimideren. Hiermee is ze onderdeel van een trend: er komen steeds meer vrouwelijke zedendelinquenten.

Aan de andere kant laten de reacties zien dat de samenleving nog lang niet klaar is voor vrouwen die op dezelfde manier over de schreef gaan als mannen. Het idee dat de vrouw bij een zedendelict vrijwel altijd het slachtoffer is zit heel erg diep. De mensen die daar niet aan willen, geven maar weinig alternatieve lezingen ten beste, die nog bijzonder stereotiep zijn ook: ze is een hoer, of een gek.

En dat terwijl de conclusie eigenlijk zo voor de hand ligt: vrouwen zijn net mannen. Ten goede, maar ook ten kwade. En zo maakte Heleen Mees, zelfs terwijl ze de wet overschreed, toch nog een feministisch punt.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Mijn oudste dochter is lesbisch. Sinds ze bijna twee jaar geleden de wondere wereld van het basisonderwijs betrad, hebben haar kleuterverliefdheden zich enkel gericht op meisjes. Ze was dagen van slag toen haar oogappel Lyanne van school ging, vertelde opgetogen hoe Louise in haar oor had gefluisterd van ‘ik ook op jou’, en is vastbesloten om te gaan trouwen met Anne. Ze heeft me zelfs al gevraagd hoe je, bij gebrek aan manlief, aan de zaadjes komt om een baby mee te maken. (Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.) Conservatieve klasgenootjes die haar vertellen dat je als meisje op jongens hoort te vallen, worden getrakteerd op een trotse verhandeling over het homohuwelijk, en hoe je zelf mag weten op wie je verliefd wordt.

Dit weerhoudt BSO-leidsters, juffen en andere loslopende volwassenen er echter niet van plompverloren aan te nemen dat haar lesbische gevoelens tijdelijk zijn. Wanneer een en ander ter sprake komt is er doorgaans een meewarige blik, gevolgd door een goedbedoelde opmerking als: ‘Maak je geen zorgen, hoor. Als ze eenmaal in de puberteit komt, zul je zien, dan valt ze gewoon weer op jongens.’

Nou heb ik me nooit bezorgd gevoeld over mijn dochters liefdesvoorkeuren. Maar waar ik me wel zorgen over maak is het reflexmatige gemak waarmee homoseksualiteit wordt weggestopt. En niet alleen in kleuterschoolkringen, maar in de hele maatschappij. Een lezeres van deze krant stuurde me vorige week een geïrriteerde e-mail naar aanleiding van mijn column over al dan niet lustige vrouwen: ‘Wat jammer nou weer dat LESBISCHE vrouwen niet lijken te bestaan!!!!!’ Nou had ik daar wel wat redenen voor: medisch lustonderzoek wordt vrijwel altijd onder heteroseksuele vrouwen gedaan, de sociale norm om desnoods tegen heug en meug te vrijen en het stereotype dat mannen meer seksuele trek hebben dan vrouwen doen vooral opgeld in heteroland. Maar toch, een hand in eigen boezem is nodig. Heteronormatief was het wel.

Zo zelden kom je lesbiennes of homo’s gewoon eens per ongeluk ergens tegen, zonder dat hun seksuele oriëntatie onderwerp van gesprek is. Een Trouw-artikel over relatietherapie anderhalve week geleden: alleen hetero’s. Beeldmateriaal in kranten en tijdschriften: slechts sporadisch zomaar eens twee verliefde mannen of vrouwen. Vakantiefolders: foto’s van gelukkige gezinnen te over, maar nooit eens met twee papa’s of twee mama’s. De enige uitzondering die me recent opviel was – toevallig – mijn eigen artikel van afgelopen zaterdag, waarin ik de levenslustige Eline interviewde over vooral haar leven en ook nog hoe ze ooit verkracht was. Dat ze lesbisch is, heb ik terloops vermeld maar verder niet tot onderwerp van het stuk gemaakt. Waarom ook; het is zoiets vanzelfsprekends, en er waren talloze interessantere dingen over Eline te melden dan dat het tamelijk willekeurige feit dat haar lief een vrouw is.

En zo zou het eigenlijk altijd moeten zijn. Sinds ik een lesbische dochter heb kan de homo-emancipatie me niet snel genoeg gaan, en die emancipatie is pas voltooid op het moment dat iemands seksuele oriëntatie compleet onopmerkelijk is. Dat iemand zegt: ‘Ik ben homo’, en de aanwezigen collectief de schouders ophalen over deze volstrekte non-informatie. Maar helaas: zo ver zijn we nog lang niet.

Naschrift: op deze column kwamen heel erg veel reacties. Ik schreef daarop een vervolgcolumn (hieronder) en een blogpost (link hier)

Vervolgcolumn: Het is verbazingwekkend hoeveel ongemak een lesbische kleuter kan veroorzaken

Dit is hoe het ging. Mijn dochter en ik keken naar de jeugdserie Spangas. Charley en Odette kusten elkaar, en vroegen zich vervolgens af hoe mensen zouden reageren op hun lesbische verkering. Waarop mijn dochter vroeg: ‘Mama, wat betekent lesbisch?’ En ik zei: ‘Dat je als meisje verliefd wordt op andere meisjes.’ Zij: ‘Oh, dan ben ik ook lesbisch, want ik ben altijd verliefd op Anne!’ (Mijn dochter is net de regering uit George Orwell’s boek 1984; ze is nu verliefd op Anne, dus was ze altijd verliefd op Anne.)

Het is verbazingwekkend hoeveel ongemak een lesbische kleuter kan veroorzaken. Voor de duidelijkheid dan maar: er was geen – ik herhaal: géén – complot van mijn kant om mijn dochter lesbische gevoelens aan te praten zodat ik goede homosier kon maken in de krant, de suggesties van  vele twitteraars, mailers en natuurlijk de immer genuanceerde vrinden van GeenStijl ten spijt. Evenmin stop ik mijn meid in een hokje waar ze van mij niet meer uit mag. Als ze over acht jaar thuiskomt met Herman of Ibrahim, dan beloof ik plechtig niet eens mijn wenkbrauwen op te trekken.

Maar veel belangrijk dat dit stukje keukentafeltoelichting zijn de misverstanden die ik tegenkwam over homoseksualiteit. Zo schijnt het rare idee te bestaan dat oriëntatie enkel en alleen gaat over seks, en dat kinderen er daarom dus nog geen hebben.

Niets is minder waar. Volgens de heersende wetenschappelijke theorie ontstaat homoseksualiteit voor de geboorte, onder invloed van de testosteron die rondwaart in de baarmoeder op het moment dat enkele beslissende hersengebiedjes worden aangelegd. Dit is beslist niet het hele verhaal, maar wel een belangrijk deel ervan: er is vaak een aangeboren factor.

Veel homo’s en lesbiennes die ik spreek – en dat zijn er nogal wat, aangezien ik al een paar jaar bezig ben met een boek over het onderwerp – vertellen me dan ook dat ze hun hele leven al hebben geweten hoe de vork in de spreekwoordelijke steel zat. Dat ze op de kleuterschool al verliefd waren op klasgenootjes van hetzelfde geslacht. Nee, dat heeft nog niets met seks te maken. Maar homo’s zijn net hetero’s: de eerste schreden op het relatiepad hebben vaak meer te maken met vlinders in je buik dan met vlinders in je kruis.

Rest de vraag wat je hier als ouder nou mee moet. Het serieus nemen? Net zo serieus als de veel minder bewuste, haast automatische aanname dat kindlief wel ‘gewoon hetero’ zal zijn? Of moet je doen alsof er niets aan de hand is, het wegwuiven, meegaan in de gedachte dat deze kleuterhomoseksualiteit wel van tijdelijke aard zal zijn?

Ik wil dat laatste niet doen. En wel hierom: hoewel veel hetero’s lijken te denken dat uit de kast komen een noodzakelijk slotstuk is van een zoektocht naar de eigen seksuele identiteit, iets waar een kind récht op heeft zelfs, is dit een enorme misvatting. Het tegendeel is waar: een coming out is vaak moeilijk, soms zelfs traumatiserend. Niet-hetero’s schreven me hoe fijn ze het als kind hadden gevonden als hun ouders niet hadden geprobeerd hun oriëntatie onder het karpet te schoffelen, maar gewoon hadden geaccepteerd. Als ik mijn dochter die pijn kan besparen door nu luid, duidelijk en onbeschaamd haar lesbische kant te omarmen, doe ik dat. Niet uit politiek correctheid. Maar uit liefde.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Laten we het eens over negers hebben. Dat schreef (de witte) wetenschapsjournalist Marcel Hulspas afgelopen weekend op The Post Online. Hulspas had aanstoot genomen een (zwarte) Bijlmerse radiomaker, die in zijn uitzendingen over racisme praat als zijnde een gevolg van de slavernij. Als reactie daarop wilde Hulspas graag duidelijk maken dat hij het stom vindt dat het woord ´neger´ in onbruik is geraakt, en dat de koloniale tijd voor slaven ook eigenlijk best wel leuk was. ´Slaven op plantages werkten niet echt wat je noemt hard; vaak niet meer dan tot drie uur ‘s middags. Ze kregen meestal kleding en voedsel van hun eigenaar, en hielden genoeg tijd over om in hun eigen tuintjes van alles te telen.’ Klinkt best gezellig, en dus moet het volgens Hulspas ‘maar eens afgelopen zijn met dat zelfgekozen zwelgen in slachtofferschap.’

Hulspas is uiteraard geen racist. Hij is zelfs voorstander van een nationaal excuus voor de slavernij. Wel gebruikt hij verkleinwoorden, telkens wanneer het over ‘negers’ gaat. Een ‘gevalletje discriminatie’. Een ‘belletje’ van een zwarte buschauffeur. Hun ‘horrorverhaaltjes’ over de slavernij. En toen (de zwarte) schrijver Egbert Martina hem op zijn stuk aansprak, twitterde hij: ‘Hou op met dat politiek correcte gejammer’. Wat overigens sowieso een merkwaardige zinsnede is, alsof politiek correct zijn iets is om je voor te schamen.

Ook (de witte) historicus Piet Emmer is geen racist. Om te vieren dat de slavernij 150 jaar geleden werd afgeschaft mocht hij op de website van Trouw vertellen waarom het allemaal wel meeviel met de zwartemensenhandel van weleer. Emmer meldt onder meer dat verkrachtingen weliswaar voorkwamen, maar dat plantagedirecteuren en opzichters daar terughoudend mee waren, want ze wilden geen conflict riskeren met de slaven. Dan is het niet zo erg, neem ik aan, als er slechts terughoudend verkracht werd.

Dit niet-racisme is een trend aan het worden. Vorig jaar maart was de term ‘negerdag’ ineens een hit op twitter, omdat – en ik citeer het Noord-Hollands Dagblad – ene ‘Brian Hirmin, zelf neger’ dat een leuk idee vond. Een paar dagen later publiceerde de Volkskrant een stuk waarin een witte man trots vertelde hoe hij zijn Surinaams-Creoolse vriend ‘huisneger’ noemde.

Op het Amerikaanse blog Jezebel verscheen een uitstekend stuk over dit ‘hipster racisme’, waarbij bevoorrechte hoogopgeleide witte meestal-mannen, die zelf nimmer aan het ontvangende eind van discriminatie hebben verkeerd, hun vrienden ‘zwart’ en ‘neger’ noemen, juist om te laten zien dat ze helemaal geen racist zijn. Want dat hele slavernij- en racismeding, dat is zo passé. We zijn er overheen. Lang geleden, zand erover.

Behalve dan dat het niet over is. Want zwarte mensen vertellen de niet-racisten van deze wereld helder en klaar dat het pijn doet wanneer je hen neger noemt. Het doet pijn omdat die term ooit gebruikt werd om hun voorouders als koopwaar aan te duiden – als bezit, alsof het honden waren. Het doet ook pijn omdat racisme nog steeds dagelijks voorkomt. Het is in deze context dat witte mannen het slavernijverleden bagatelliseren en zwarte mensen met treiterij proberen te dwingen een zeer pijnlijke term zonder protest te verdragen. Maar dat is natuurlijk geen racisme.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

De clitoris zou wat vaker bezongen moeten worden. Het is een prachtig orgaan, dat veel meer om het lijf heeft dan alleen dat kleine topje dat onder die naam bekend staat. Het topje is deel van een grotere structuur van zwellichamen die zich, bijna teder, als twee vleugels om de vagina heen vouwen. Zo omvangrijk is deze structuur dat een vrouw vrijwel geen seks kan hebben zonder dat de clitoris er op de een of andere manier bij betrokken is. Zelfs als het topje van de vulkaan onberoerd blijft, wordt de rest van het orgaan indirect gestimuleerd. Als bonus functioneert hij als penetratiestootkussen, om ook het meer verhitte gerampetamp prettig en pijnloos te houden.

Tenminste, als een vrouw opgewonden is. Is ze dat niet, en gaat ze vrijen terwijl de clitoris niet in volle glorie meedoet, dan wordt seks en zeker penetratie al snel een onaangename oefening zonder bingogarantie. Zo’n onplezante ervaring beklijft: wie vaak tegen heug en meug sekst verliest gemakkelijk de goede zin.

Ik moest hieraan denken toen ik naar aanleiding van een New York Times-artikel las over de nieuwe libidopillen die Adriaan Tuiten, een zakenman met meer patenten dan wetenschappelijke publicaties op zijn naam, in de nabije toekomst op de markt wil brengen. Tot de doelgroep behoren ook vrouwen die lang met tegenzin vreeën en daardoor het contact met hun innerlijke vulkaan zodanig zijn kwijtgeraakt dat ze überhaupt geen zin meer hebben.

In het New York Times-artikel vertelt een vrouw bijvoorbeeld dat ze zichzelf één keer per week dwong tot seks met haar man, omdat ze hem ook niet steeds wilde afwijzen. Dit had meer te maken met wilskracht dan met lust; iets dat vaker gebeurt binnen langere relaties. Er zijn kleine kinderen, stress op het werk, ook nog het huishouden, en aan het eind van de dag ben je moe en was de seks met de man die je al zolang kent om eerlijk te zijn al een tijdje niet zo lekker dat je het voorrang wilt geven boven een warm bad of een goed boek.

Het taboe op dit gevoel garandeert dat pillen als die van Tuiten een ruime afzetmarkt hebben. Want natuurlijk zouden de meeste vrouwen liever als een seksdronken hertje met hun lief door de geilheidsweide dartelen dan uit schuldgevoel een verplicht nummertje maken. Maar of een pil dit kan verzorgen, is wetenschappelijk gezien zeer de vraag. De werking van dit soort middelen blijkt hiervoor telkens te klein of te afwezig. Bovendien hebben ze ook een tegenovergesteld effect, vreees ik: wanneer er een vrouwenlustpil beschikbaar komt, is het straks helemaal not done om even gewoon niet meer te willen. Dan wordt een vrijpartij nog meer dan nu iets dat je als vrouw aan je man dient te geven. Iets waar hij recht op heeft. Maak maar zin. Desnoods met een pil.

Het is dit taboe op minder zin dat besproken zou moeten worden, niet de gebrekkige vrouwenlust. Want zoals seksuologen weten: geilheid komt en gaat. Dat hoort bij het leven. Aan het begin van een relatie is er doorgaans meer dan genoeg, en in tijden van stress of baby’s is er minder. Vaak trekt dat wel weer bij. Maar wanneer er met tegenzin wordt gevreeën, en genot onderschikt wordt aan plicht, wordt de kans op goede zin en lekkere seks steeds kleiner. En dat heeft die glorieuze clitoris toch echt niet verdiend.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Dat klaarkomen bijzonder lekker is, daarover hoeven we niet te discussiëren. Maar heeft het vrouwenorgasme ook nut?

Daar lig je dan. Je hoofd is met plakband vastgemaakt aan een hersenscanner. Je moet je ogen dichtdoen en niet bewegen. In je anus zit een sonde die controleert of je straks, nadat je partner je enigszins voorzichtig heeft gevingerd, ook echt een climax hebt bereikt.

Dit klinkt misschien als een scène uit een foute doktersroman, maar in feite gaat het hier om een volkomen serieus onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Groningen. Onderwerp van de studie: het vrouwenorgasme. Om precies te zijn zoeken de Groningers naar het antwoord op een vraag die wetenschappers van allerlei pluimage al decennia bezig houdt: hoe en waarom komen vrouwen eigenlijk klaar tijdens de seks?

Zo op het eerste gezicht lijkt een noodzaak voor het vrouwenorgasme namelijk te ontbreken. Een vrouw hoeft bijvoorbeeld geen hoogtepunt te beleven om zwanger te kunnen worden. Zelfs van verkrachting kan ze in verwachting raken (in de categorie ‘onplezierige statistieken’: in zeven procent van de gevallen gebeurt dat ook, volgens cijfers van het RIVM).

Waar bij het mannenorgasme de spiersamentrekkingen nodig zijn om het sperma van A naar Baarmoeder te krijgen, en het bijbehorende lekkere gevoel zorgt dat een man niet halverwege een vrijpartij afhaakt, is het vrouwenorgasme zo op het oog voor de voortplanting een nogal nutteloze, zij het uitermate plezierige, aangelegenheid. Energieverspilling, zou je haast zeggen. Maar de evolutie staat niet bekend als een proces dat vaak nutteloze, energieverslindende hobby’s in stand houdt. Er moet dus meer aan de hand zijn.

Daar wilden de Groningse wetenschappers alles over weten, vandaar dat ze twaalf vrouwen in hun hersenscanner plakten. Misschien zou het brein van de klaarkomende dames licht werpen op de kwestie. Over het ‘hoe’ van het vrouwenorgasme ontdekten ze iets interessants. Een vrouw komt alleen tot een climax als de hersengebiedjes die betrokken zijn bij plannen en nadenken inactief worden. Blijft ze piekeren, dan kan haar partner vingeren tot hij een ons weegt, maar een hoogtepunt komt er niet.

Pas bij een piekerstop loopt de hersenactiviteit in het genotscircuit van de hersenen op. De hersenonderdelen in dit circuit hebben gemeen dat ze allemaal erg gevoelig zijn voor dopamine, dezelfde signaalstof die ook in het brein aanwezig is als iemand bijvoorbeeld net een snuif cocaïne heeft genomen. Dat verklaart dus netjes hoe een vrouw tot een seksuele climax komt en waarom dat lekker is. Maar het zegt vrij weinig over de vraag waarom het orgasme überhaupt plaatsvond.

=

Daar zijn natuurlijk wel theorieën over. Eén van de oudste stelt dat het vrouwenorgasme weliswaar niet absoluut nodig is voor een zwangerschap, maar misschien wel de kans op bevruchting vergroot. Dat werkt zo. Wanneer een vrouw klaarkomt, trekt haar baarmoedermond samen. Het zou kunnen dat die baarmoedermond tijdens dat proces als het ware in de zojuist uitgestorte spermavoorraad dipt en het verse zaad vervolgens mee naar binnen zuigt, richting eicel.

Dit upsuck-mechanisme – zo heet het echt – was aan het eind van de negentiende eeuw al waargenomen door de nogal nieuwsgierige arts Joseph Beck. In zijn nauwgezette verslag is te lezen hoe hij een 22-jarige blondine met acne en een hele flinke baarmoederverzakking met zijn vinger stimuleerde, waarna de duidelijk van buitenaf zichtbare baarmoedermond ‘vijf tot zes keer achter elkaar “naar adem hapte”…’., als een vis die een blubmondje maakt.

Helaas voor Beck en co bleek uit nader onderzoek dat het upsuck-mechanisme niet zo’n belangrijke rol speelt bij de bevruchting. Twee wetenschappers maakten bij wijze van experiment een soort nepsperma van maizenapap en een stof die zichtbaar te maken is met een röntgenapparaat. Nadat ze het papje bij de vrouw hadden ingebracht, masturbeerde zij tot ze klaar kwam. Een röntgenfoto liet zien dat het zaad – blubbende baarmoedermonden ten spijt – niet daadwerkelijk richting eicel werd gezogen. Exit upsuck-theorie.

=

Misschien zoeken we het de verklaring voor het vrouwenorgasme op de verkeerde plek. Wellicht moeten we niet bij de vruchtbaarheidsartsen zijn, maar bij de evolutiebiologen. Enter Desmond Morris. Hij schreef in 1969 in zijn veelgelezen en invloedrijke boek ‘De naakte aap’ over maar liefst twee voortplantingsvoordelen van het vrouwenorgasme. De eerste heeft te maken met zwaartekracht. ‘Elke reactie die vrouwen horizontaal houdt wanneer de man ejaculeert en ophoudt met copuleren heeft een groot voordeel’, schreef Morris. Oftewel: het is handig als een vrouw na het vrijen nog wat blijft liggen, want dan loopt de sperma in plaats van langs haar benen zo, hup, haar baarmoeder in.

Deze overweging raakte echter al gauw in de wetenschappelijke vergetelheid, al was het maar omdat we allemaal weten dat er veel meer manieren zijn om seks te hebben dan de positie waarbij de vrouw horizontaal op haar rug verkeert. Het tweede voordeel dat Morris opperde bleef langer in zwang. Hij stelde dat de optie van een regelmatige wip er in de oertijd voor zou hebben gezorgd dat mannen niet wegliepen naar andere vrouwtjes, maar in plaats daarvan iedere avond braaf naar de thuisgrot kwamen om hun buffel te delen en te helpen met het verzorgen van kwetsbare baby’s. De vrouwelijke seksdrive, aangejaagd door haar behoefte aan een orgasme, bestond dus voor de paarbinding. Oftewel: zodat prehistorische dames konden zorgen dat hun holbewoner niet zou begeren zijns naasten vrouw.

Biologiehoogleraar Elizabeth Lloyd van de Indiana University heeft echter niet zoveel op met paarbinding als verklaren voor het vrouwelijke klaarkomen. In haar boek The case of the female orgasm wijst ze er onder meer op dat de apensoort waar de vrouwtjes die het vaakst klaarkomen – de bekende seksbeluste bonobo’s – beslist niet aan stelletjesvorming wordt gedaan. En de apen die wel aan de monogame langetermijnrelatie gaan – gibbons, bijvoorbeeld – hebben soms juist jarenlang geen seks. Bij hen geldt: hoe langer de verkering duurt, hoe minder vaak er wordt gewipt. Een beeld dat ook de meeste mensen niet onbekend zal voorkomen. En dat past helemaal niet bij de gedachte dat het vrouwenorgasme vrouwen motiveert om met pret in bed een man voorgoed aan zich te binden. Exit Morris.

=

Ook de feministische antropoloog Sarah Blaffer Hrdy van de University of California in Davis heeft niets op met theorie van Desmond Morris. Zij vindt hem veel te mangericht: waarom zou je de climax van de vrouw puur en alleen verklaren door te bedenken wat dit voor de man zou hebben betekend? Hrdy gooide het perspectief om. Misschien heeft het damesorgasme wel evolutionair nut voor de vrouw zelf. En wel op deze manier: het helpt om haar kinderen – en daarmee haar eigen genen – betere overlevingskansen te geven.

Hrdy baseert deze gedachte op observaties die zij deed bij apen. Bij veel apensoorten is het mannetje de baas van de groep. Uit hoofde van zijn functie mag hij seks hebben met alle vrouwtjes, en hij verwekt dan ook de meeste kinderen. Maar eens in de zoveel tijd vindt er in dit politieke landschap een machtswissel plaats. De nieuwe alfaman heeft dan een groep vrouwtjes voor zich die allemaal nog druk bezig zijn de baby’s van de vorige topaap te zogen. Slecht nieuws voor zijn genen, want zolang de dames zogen kunnen ze niet van hem zwanger worden. Dus wat gebeurt er: niet zelden vermoordt de nieuwe leideraap alle babyaapjes om met een schone lei te kunnen beginnen met het verspreiden van zijn eigen zaad.

Dit is natuurlijk ontzettend sneu voor de vrouwtjes, en evolutionair onhandig bovendien, want al die moeite van het paren, zwanger worden en zogen is na zo’n partijtje kindermoord voor niets geweest. Er is geen DNA doorgegeven aan de volgende generatie. Vandaar dat vrouwenapen zichzelf tegen dit scenario beschermen. Hrdy ontdekte dat ze dat doen door in hun vruchtbare periode seks te hebben met heel veel mannetjes. Zo blijft onduidelijk wie de vader van het kind is, en een mannetjesaap zal niet snel een jong vermoorden dat misschien wel door hemzelf verwekt is. En wat zorgt er nou voor dat deze dames voldoende gemotiveerd zijn om al seksend deze kindermoordverzekering af te sluiten? Precies: een fijn orgasme.

Helaas voor Hrdy signaleert Elizabeth Lloyd ook bij deze theorie de nodige problemen. Zo wijst zij erop dat hoewel de meeste apenvrouwtjes, precies zoals Hrdy zegt, buitengewoon fanatiek in het rond vrijen, de dames bij deze inspanningen maar zelden klaarkomen. Bij de beermakaken komen de vrouwtjes bijvoorbeeld, afhankelijk van het mannetje, in vijf tot veertig procent van de vrijpartijen tot een hoogtepunt. Exit Hrdy.

=

Volgens Lloyd is er in alle redelijkheid maar één reden aan te wijzen waarom vrouwen kunnen klaarkomen: omdat mannen het kunnen. Dat klinkt zo op het eerste gezicht een beetje alsof we terugkeren naar de wat ouderwetse mangerichte theorie van Desmond Morris, maar dat valt reuze mee. Het gebeurt namelijk in de biologie vaker dat de ene sekse op het eerste gezicht nutteloze kenmerken van de andere sekse heeft, gewoonweg omdat het evolutietechnisch gezien teveel gedoe was om dat ene kenmerk er voor die ene sekse uit te slopen. Denk maar aan de mannentepel: die heeft ook niet echt een functie, maar zit er omdat vrouwen hun tepels heel erg nodig hebben voor het voeden van hun jonkies en het de natuur teveel werk was om ze speciaal voor het mannenmodel actief weg te bezuinigen.

De omdat-hij-het-kan-kan-zij-het-ook-theorie klopt met wat we weten over hoe onze geslachtsdelen in de baarmoeder worden aangelegd. Wanneer een embryo zich begint te ontwikkelen is er namelijk geen verschil tussen jongens en meisjes. Die komen er pas na een paar weken. Zelfs bij volwassenen kun je nog zien dat de geslachtsdelen in beginsel uit hetzelfde loodgieterswerk zijn ontstaan. Zo kun je aan de balzak zien dat ze ooit beginnende schaamlippen zijn geweest: daarom zit er een naadje op. En daarom heeft de clitoris, net als de penis, zwellichamen die vol bloed kunnen lopen.

En niet alleen qua schaamstreekanatomie komen mannen en vrouwen overeen. Uit het breinonderzoek van de Groningse wetenschappers bleek namelijk dat vrouwen dezelfde hersenactiviteit hebben tijdens het klaarkomen als mannen. En uit een Amerikaanse analyse van tientallen studies onder tienduizenden mensen blijkt dat waar het aankomt op libido, vrouwen niet onderdoen voor de kerels. Allemaal aanwijzingen dat vrouwen zijn toegerust met dezelfde functies en mogelijkheden als een man, en die ook gebruiken. Sterker nog: het is iets van de afgelopen honderd, honderdvijftig jaar dat de vrouw wordt gezien als het preutse geslacht. Daarvoor stonden de dames algemeen bekend om hun wellust.

En die wellust heeft misschien ook wel weer zo zijn nut gehad. Aangezien je aan een mensenvrouw niet kan zien wanneer ze vruchtbaar is – vrouwen worden niet krols, en in tegenstelling tot bij de chimpansee zwelt haar achterwerk niet roze op – moet er een hoop worden gesekst voordat het raak is. Na drie maanden proberen is de kans op zwangerschap bij mensen maar dertig procent. En dat hebben van heel erg veel seks ging vast ook in prehistorische tijden een stuk gemakkelijker als de vrouw ook lekker vaak goede zin had. En bovendien, het zou zonde zijn om niet te gebruiken wat de evolutie je heeft gegeven: een prachtig lijf dat heerlijk kan klaarkomen.

Met dank aan seksuoloog en psycholoog Ellen Laan (AMC) voor haar toelichting over het vrouwenorgasme en anatomie.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.