Alle kinderen moeten wild kunnen zijn

Foto: Freeimages.com/Jeff Osborn

Deze column stond op 28 juli 2017 in de Volkskrant

 

Toen ik vijf was, groeide er achter mijn huis een bos. Geen enorm woud, maar groot genoeg om wat in rond te banjeren. Je kon er in het spelen zonder dat je vanaf de bosrand te zien was, waarmee je ontsnapte aan ouderlijk toezicht. Met de andere jongens en meisjes uit de buurt bouwde ik er schuilplaatsen, vocht er met takken en groef er valkuilen. We konden er onbespied spionnetje spelen, of we waren ontembare wilde paarden. Soms zat ik stil en alleen naar het geluid van de dieren te luisteren. Ik verzamelde kikkerdril en slakken in emmers die ik vervolgens in de garage zette en vergat.

Na een paar jaar begonnen bouwbedrijven happen uit ons bos te nemen. Onze hutten van takken en bladeren maakten plaats voor beige twee-onder-een-kap-puisten met grint in de voortuin, een mosvrij gazon en een decoratieve kunststof pompoen bij de voordeur. Wat overbleef, deed denken aan het gedicht van J.C. Bloem: ‘Een stukje bos, ter grootte van een krant’. Domweg gelukkig waren we er niet mee.

Ze rennen door het veld en crossen tussen de bomen door, terwijl een stoere-mannen-voice-over vertelt dat jongens leren door te proberen en te ontdekken. Dat is belangrijk voor ze, is de boodschap: we moeten niet zo bang zijn dat ze vallen of vies worden, en ze niet afremmen.

Mijn innerlijke vijf-jarige kreeg er heimwee van naar ons bos, maar dat was niet de bedoeling, want Sire richt zich niet op meiden. ‘Jongens en meisjes zijn gelijk, maar niet hetzelfde’, stelt het filmpje, waarmee ze niet alleen een seksekloof tussen spelende kinderen in het leven roepen, maar ook suggereren dat het niet zo erg is om meisjes te beknotten, of in ieder geval geen campagne waard.

Minstens even verneukeratief is de zin ‘laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’, waarmee Sire het spotje besluit. Immers, als experimenteren en smerig worden gelijk is aan ‘genoeg jongen’ zijn, wat zegt dit dan over jongens die hier niet van houden? Het impliceert dat degenen die liever een boek lezen of met poppen spelen ‘onvoldoende jongen’ zijn. Zo ruilt Sire op zijn best het ene keurslijf in voor het andere; ze schakelen naadloos over van ‘jongens mogen niet ravotten’ naar ‘jongens moeten ravotten’. Het doet me denken aan een oude grap van Kees van Kooten: ‘Ik wilde naar balletles, maar mijn vader wilde dat ik piano ging studeren. Nou, die fout zal ik niet maken… Mijn zoon zal en moet op balletles!’

Het is een gemiste kans van Sire, want als je de mottige stereotypes van de campagne afschraapt, raakt ze bijna aan iets heel waardevols. Het is namelijk een ontzettend goed idee om kinderen minder af te remmen. Om kinderen naar buiten te laten, te laten rotzooien en in alle vrijheid te laten spelen, het liefst in de natuur.

‘Rewild the child’, noemt de Britse schrijver George Monbiot het. In een van zijn column vertelt hij hoe hij met een groep tien-jarigen uit een arme deel van Londen naar de kust en bossen van Wales trok. Veel van hen hadden nog nooit de zee gezien. ‘Binnen een paar minuten zaten ze krabben op te pakken en anemonen te porren’, vertelt hij. ‘De uitgelatenheid waarmee ze de vrije natuur verkenden leek instinctief.’

Er zijn bovendien allerlei aanwijzingen dat spelen in de natuur goed is voor kinderen. Uit studies blijkt dat het hun concentratie, langetermijngeheugen, zelfvertrouwen en veerkracht ten goede komt. Het daagt kinderen uit om in actie te komen en nieuwe dingen te proberen. Janke Wesselius, promovenda aan de Vrije Universiteit, deed met collega’s onderzoek naar kinderen op tien basisscholen. Kinderen houden van de natuur, stelt ze vast, en bijna driekwart van de kinderen blijkt liever buiten dan binnen te spelen – meisjes zelfs iets vaker dan jongens.

Kinderen moeten wild zijn, schrijft Monbiot, maar in een stedelijke omgeving lukt dat haast niet zonder allerlei regels te breken. In een aangeharkt park mag je geen fikkie stoken, in een zielloze speeltuin met rubber tegels is slopen en iets nieuws bouwen verboden. Plekken waar je als kind ongeremd je gang kan gaan, zijn al jaren aan het verdwijnen. In de buurt waar ik woon liep je ooit zo de bebouwing uit, het veld of een natuurgebied in; nu ligt daar een nieuwe woonwijk en een provinciale weg. Op te veel plekken houden we kinderen feitelijk in gevangenschap, terwijl ze juist hun vrijheid zo nodig hebben. Kan iemand daar een campagne over maken?

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.