Feministen zijn allemaal kut (zegt Ewout Klei op Jalta wel 100 keer)

Foto: Freeimages.com/Renee Russell

Ewout Klei, volgens zijn twitterbio o.a. een politiek historicus en journalist, schreef voor de immer vermakelijke alsmede leerzame website Jalta.nl een recensie van de feministische bundel ‘Vrouwen schrijven niet met hun tieten’. Die bundel is samengesteld door Wiegertje Postma, en bevat onder andere een kort stukje van yours truly.

Allerlei mensen (lees: witte mannen) vonden de recensie van Ewout Klei ontzettend jofel. Wierd Duk vond dat Klei de ‘lichtgewichterige luxefeministen fileert’, het was ook nog raak en een tip, en Theodor Holman vond het ‘heerlijk’. En Klei ging dat in alle bescheidenheid allemaal lekker retweeten, dus iedereen was heel blij met zichzelf en elkaar. (Tekst gaat verder onder de plaatjes)

Schermafdruk 2016-05-23 18.47.55

Schermafdruk 2016-05-23 18.47.19Schermafdruk 2016-05-23 18.47.49

Schermafdruk 2016-05-23 18.47.40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nou vroeg iemand me op de twitters wat ik (als feminist van dienst, of zoiets) eigenlijk van de recensie van Klei vond. Dus ik die lezen. En zoals ik hem ook al toe-tjilpte: een groot compliment. Niet vaak tref je zo’n lange recensie aan zonder ook maar één inhoudelijk argument. Het is een prestatie op zich.

Om dit punt kracht bij te zetten ga ik nu even de recensie van Ewout Klei closereaden. Gewoon, omdat het kan, en voor de lolz :)

De recensie begint zo:

Het feminisme is dood. Verwende prinsesjes die een jihad tegen witte windmolens voeren hebben het feminisme gedood. Feminisme 4.0 (blijkbaar zitten we nu alweer in de vierde golf) gaat echt helemaal nergens over.

Hier staat eigenlijk: feministen zijn kut.

Klei vervolgt:

Omdat ik graag van een ander wil leren probeer ik boeken zo onbevangen mogelijk te lezen. (…) De bundel ‘Vrouwen schrijven niet met hun tieten. Een nieuwe generatie schrijvers over alledaags seksisme, onnodige ongelijkheid en eicellen met klauwtjes’ kon ik echter niet onbevooroordeeld doorlezen. Mijn weerzin tegen het hedendaagse feminisme, dat intersectioneel (antiracistisch, dus anti-‘wit’) moet zijn, is daarvoor te groot. Ik kon niet anders dan mijn pen dopen in vitriool. De honing was op.

Oftewel: Ik, Klei, ben een Heel Goed Mens, maar feministen zijn zó kut, dat ze me dat wel heel moeilijk maken om Goed te blijven.

Wat ik tegen de nieuwe generatie feministen heb? Heb je even? Het zijn aanstellerige aandachtshoeren, emmerende eierstokken, genderobsessieve Grachtengordelgleuven, hypocriete hipstermeisjes, jengelende juffers, labiele lellebellen, narcistische navelstaarders, politiekcorrecte penishaters, vrijgestelde ongestelden en (speciaal voor Bert Brussen) zeurende zeikhoeren. Deze drammende dames kan en wil ik niet serieus nemen. Nooit.

Feministen zijn echt heel kut.

Valt er überhaupt iets positiefs over het boek te schrijven? Nou. De omslag is mooi. Het boek is goed gebonden, het valt niet uit elkaar als je het gelezen hebt. En er staan gelukkig ook geen taal- en stijlfouten in.

Klei doet een badinerende stijlvorm! Hier zegt hij eigenlijk dat het boek kut is, maar hij gebruikt daarvoor ironie.

De rest is waardeloos. Wat een verschrikkelijk kutboek.

Klei heeft geen zin meer in stijlvormen. Het boek is gewoon kut.

Hierna verzandt Klei in een soort semi-filosofische bespiegeling van de mogelijkheden en onmogelijkheden van schrijven met je tieten. Ik vermoed dat Klei zichzelf geestig vond, maar dat kan ik natuurlijk niet zeker weten, want feministen hebben geen gevoel voor humor. Klei besluit dit stukje met:

De boektitel is dus een behoorlijke miskleun. ‘Achterlijk’, schreef Peeters terecht.

Oftewel: andere mensen (lees: witte mannen) vonden het boek ook kut.

Maar wat hebben de 26 jongedames ons precies vertellen? Niets. Helemaal niets. Ze willen ons natuurlijk wel een heleboel vertellen. Over triviale onderwerpen als alledaags seksisme in Bart Smit-folders; over douchegel en sloopkogels; waarom lactacyd een leugen is; over onvrijwillige seks met witte mannen die uiteraard allemaal potentiële aanranders zijn en waarom het feminisme het patriarchaat schamper lachend de vinger moet geven (dat doen vrouwen dus met hun vinger, naast andere dingen).

Weer even door de Klei-vertaal-machine: feministen zijn kut, want ze vinden dingen kut die ik triviaal vind.

Klei hekelt vervolgens het feit dat alleen ‘jonge’ feministen in de bundel staan:

Wie van voor 1980 is mag niet meedoen. De jonge feministen doen wel aan leeftijdsdiscriminatie. SUNNY BERGMAN, LINDA DUITS EN SYLVANA SIMONS ZIJN DUS TE OUD!!! (Wat vind ik het toch ontzettend heerlijk om dit te roepen.)

Klei zegt: Sunny Bergman, Linda Duits en Sylvana Simons zijn niet alleen kut maar ook oud, moowahahaha.

De schrijfsters zijn behalve (relatief) jong ook heel erg links. Met links bedoel ik uiteraard niet dat de jongedames begaan zijn met de noden van de vrouwen van het volk. Daar kijken ze intens op neer. Het magazine Vrouw van De Telegraaf vindt Wiegertje Postma maar achterlijk. Linkse vrouwen zijn alleen solidair met minderheden die in de progressieve mode zijn: lesbo’s, moslima’s, transgenders, vluchtelingen en de zwarte zusters. Minderheden die niet in deze mode zijn – zoals bijstandsmoeders, afvallige moslima’s en christelijke vrouwen – kunnen de vinger krijgen, ook al wordt dit niet hardop gezegd natuurlijk.

Feministen zijn kut om dingen die ze niet gezegd hebben (maar die toch kut zijn)

De intersectionele solidariteit gaat zo ver dat de aanrandingen in Keulen worden gebagatelliseerd door te stellen dat alle mannen potentiële aanranders zijn en je het daarom niet over de Noord-Afrikaanse achtergrond van de daders mag hebben (Simone van Saarloos), dat witte feministen mogen worden uitgescholden door zwarte feministen (Sarah Sluimer) en dat kritiek op de islam eigenlijk niet mag omdat je daarmee extreemrechts in de kaart speelt (Hasna el Maroudi).

Als ik drie feministen tendentieus citeer, lijken ze nog kutter! Wat zijn feministen toch ontzettend kut!

De auteurs hebben bijna allemaal dat irritante betweterige, luyendijkiaanse toontje van De Correspondent, goede mensen die het zo veel beter weten dan wij gewone stervelingen.

Feministen zijn ook nog kut omdat hun toon kut is.

Hoewel de jonge feministen zich te goed voelen voor De Telegraaf is het intellectuele niveau van hun stukjes niet om over naar huis te schrijven. Ze schrijven oppervlakkig over oppervlakkige onderwerpen, hebben 0,0% zelfreflectie, praten elkaar allemaal na (zo werkt de linkse consensus nu eenmaal, wen er maar aan), zien twitterberichten van anonieme gekkies als hét bewijs van hun grote gelijk en gooien af en toe een moeilijke naam of een duur begrip in hun epistels om erudiet te lijken.

Kutfeministen zeggen kutdingen.

Zo beroept Asha ten Broeke zich op de dichteres Jana Beranová, die schreef: ‘Als niemand luistert naar niemand, vallen er doden in plaats van woorden.’ Met dit citaat eindigt ze haar essay abrupt en slaat ze tevens de discussie dood, want als wij (mannen en niet-feministische vrouwen, allen wit en cisgender uiteraard) niet luisteren naar de beroepszeikerds, pardon minderheden en slachtoffers, hebben wij doden op ons geweten.

Asha ten Broeke is een kutfeminist die iets kuts schreef in die kutbundel.

Pedant en tegelijkertijd pathetisch is Wiegertje Postma in haar inleiding, waar ze feminisme definieert als het radicale idee dat vrouwen mensen zijn: ‘Feminism is the radical notion that women are people’ (in 1986 bedacht door Marie Shear in haar recensie van A Feminist Dictionary van Cheris Kramarae en Paula Treichler). Nee, om u uit de utopische droom te helpen, feminisme is dat helemaal niet.

Wiegertje Postma is ook erg kut. En haar definitie van feminisme is ook kut.

Maar gelukkig weet Klei het beter!

Ik zal een echte, ontmythologiseerde definitie van feminisme geven: Feminisme is haat tegen witte mannen. Het is een cultureel-marxistische rancuneleer van elitaire, voornamelijk witte vrouwen, die zich moreel ver verheven voelen boven hun minder bevoorrechte soortgenoten, maar zich tegelijkertijd verschrikkelijk onzeker voelen en daarom steeds weer op zoek zijn naar zelfbevestiging. Feministen kunnen zelf helemaal niets. Ze parasiteren op het werk van anderen. Maar gebrek aan succes en kritiek op hun prestaties is altijd de schuld van de ander, nooit kijken ze eens kritisch naar zichzelf. Feministen zijn niet voor vrijheid en gelijkheid, maar voor de omverwerping van de Verlichtingsidealen. Feminisme is niet het radicale idee dat vrouwen mensen zijn, maar het radicale idee dat de blanke (witte) man de oorzaak is van al het kwaad op deze wereld. Met vrouwenrechten heeft feminisme dan ook helemaal niets te maken.

Feministen zijn echt HEEL ERG ONTZETTEND KUT!!1!!12!!!!!1111

 

Foto: Freeimages.com/Renee Russell

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.