Waarom ik dus niet tegen ‘de islam’ ben

Foto: Freeimages.com/M. A. Makky

‘Iemand mag zich pas een feminist noemen als deze persoon niet alleen vindt dat er geen seksediscriminatie mag plaatsvinden, maar zich ook – in de eerste plaats – uitspreekt tegen misogyne praktijken die worden gerechtvaardigd met een beroep op culturele en religieuze tolerantie.’ Dat schreef rechtsfilosoof Machteld Zee vandaag in de Volkskrant.

Ze reageerde daarmee op mijn column. Daarin ergerde ik me aan mensen die menen dat alleen degenen die de islam bekritiseren en afwijzen het ware feminisme bedrijven. Die column maakte veel reacties los. Blogger Maja Mischke vroeg zich af of feminist tegenwoordig ‘vrouw in de war’ betekende. Joost Niemoller blogde over een krantenbericht van een moslima die uit het geloof was gestapt: ‘Kijk, Asha ten Broeke, dat is nu feminisme. Zelfbeschikking, door het afwerpen van de haatboeien van de islam die je tot slaafse broedkip hebben veroordeeld. Om martelaren uit te poepen.’ Hij voegde eraan toe: ‘Dit heldenverhaal is wat anders dan jouw domme getrut over wel of niet verantwoord speelgoed.’ Een punt dat overigens ook werd gemaakt door Zee – ‘Ruimte in de krant kan maar één keer worden volgepend, dus doe dat niet over een bartsmitfolder, maar over een ex-moslima die vertelt dat ze gedwongen werd een boerka te dragen’ – en Mischke: ‘Je hoeft je ook niet bezig te houden met het feit dat zoveel moslimmeisjes een dubbelleven moeten leiden om vrij te kunnen zijn en in allahsnaam dan maar een hoofddoek dragen, omdat ze anders letterlijk op hun donder krijgen van vaders, broers en neven. Of kapot geroddeld worden. Dat dubbelleven vol geheimen maakt ze ook nog eens extra kwetsbaar voor loverboys. Maar nee joh, meisjes die meer technisch onderwijs moeten volgen of juist niet met auto’s mogen spelen van Bart Smit, is waar jij je nu even mee bezighoudt. Net zo belangrijk.’

De drogreden die deze bloggers en opinieschrijvers gebruiken is vrij subtiel. Eerst maken ze alles wat er mis is met moslims en vrouwenrechten zo groot mogelijk. Zo schreef Zee in één adem over hoe Egypte, Marokko en Saoedi-Arabië het VN-Vrouwenverdrag ‘shariaproof’ hebben gemaakt, hoe (Nederlandse) dochters worden gedumpt in het land van herkomst, hoe (Nederlandse) vrouwen worden gedwongen een hoofddoek te dragen. Ze schreef over verborgen vrouwen, over islamitisch fundamentalisme, over boerkadraagsters en vrouwenbesnijdenis. Dit hele pakket komt vervolgens in de categorie ‘islamgerelateerde vrouwenhaat’ terecht. Mischke doet hetzelfde: loverboys, mishandeling, hoofddoekjes, het gaat allemaal in de grote pot.

Wat er mis is in onze eigen cultuur maken ze vervolgens zo klein mogelijk. ‘Asha ten Broeke maakt zich boos over rolpatronen die kinderen al worden opgelegd in Bart Smit-folders’, schrijft Zee. Alsof het probleem van westers seksisme zich beperkt tot een speelgoedcatalogus*, en er geen zaken bestaan als loonkloven, glazen plafonds, subtiele discriminatie, rape culture. Alsof transgenders en andere kinderen en volwassenen die qua gender niet keurig in de geïnstitutionaliseerde roze of blauwe hokjes passen het niet moeilijk hebben in onze samenleving.

Nadat islamitische vrouwenhaat is opgeblazen tot een probleem van internationale proporties en westers seksisme is teruggebracht tot een enkel lullig voorbeeld, wordt de vergelijking gemaakt. Verontwaardigd worden feministen op het matje geroepen: hoe kun je nu denken dat een Bart Smit-folder net zo erg is als islamistische misogynie? Het laatste is overduidelijk veel erger dan het eerste. En wie dat niet ziet, is geen echte feminist. Of in de war.

Door deze drogreden te gebruiken, wordt van feministen als ondergetekende een soort stropop gemaakt. Die stropop maakt een gevaarlijk soort onderscheid in subtypen vrouwenhaat. Westerse vrouwenhaat wordt zonder meer veroordeeld, zeggen ze, maar moslims krijgen een politiek correcte vrijgeleide, want de stropop is bang voor een cultureel conflict.

Ik ben niet die stropop, en het is tijd om haar neer te halen. De beste manier lijkt me door nog eenmaal uit te leggen wat mijn mening dan wel is.

Om te beginnen: ja, er gebeuren vreselijke dingen in veel landen waar moslims in de meerderheid zijn of waar islamisten aan de macht zijn. Er worden vele gruwelijke daden begaan met een beroep op de Koran en andere heilige geschriften. Het is afschuwelijk dat er landen zijn waar je als vrouw in de gevangenis kunt belanden omdat je verkracht bent maar van (illegaal) overspel wordt beticht (zei ik al eerder). Het is afschuwelijk dat er piepjonge meisjes worden uitgehuwelijkt aan verkrachtende schurken. Er is geen excuus voor vrouwenbesnijdenis (zoals ik al eerder schreef). Hierover verschillen Zee, Mischke en zelfs Niemoller en ik bij mijn weten niet met elkaar van mening.

Waar we wel over van mening verschillen, is hoe je daar het beste op kunt reageren. Ik geloof tot in het diepste van mijn hart dat het niet juist is om te roepen hoe achterlijk de islam is of alles wat met deze godsdienst te maken heeft categorisch af te wijzen. Of, zoals Niemoller doet, te suggereren dat de enige manier waarop een vrouw bevrijd kan worden is door haar geloof de rug toe te keren.

Ik word ontzettend ongemakkelijk van deze reactie, omdat het eigenlijk alleen maar tot islamhaat kan leiden. Bovendien riekt het naar neokolonialisme en een soort morele white supremacy en dat wij witte feministen (m/v) jullie arme moslima’s wel even zullen vertellen hoe jullie jezelf behoren te bevrijden. (Lees vooral ook even het artikel ‘Those poor muslim women’ over dit punt)

Deze houding impliceert dat de vrouwen die in islamitische landen (en daarbuiten) strijden voor hun rechten niet zelf kunnen nadenken over de manier waarop dat moet of hoe het beter kan. Of dat het ondenkbaar is dat deze vrouwen tot de conclusie komen dat ze hun geloof liever behouden en hervormen dan weggooien. Zoals deze Indonesische homoman, die schrijft:

‘I’m trying to integrate religious values with my sexuality, because rejecting one for the other is like rejecting a large part of me. I have a need to love and be loved by other men, and I have a need to fulfill my spiritual beliefs. Both needs form the very part of me.’

Wat er volgens mij moet gebeuren is dat we – in plaats van zelf van alles te roeptoeteren over de islam – heel goed gaan luisteren naar wat moslimvrouwen zelf zeggen. In plaats van onze westerse en veelal geseculariseerde versie van vrouwen- en homo-emancipatie aan hen op te dringen, zouden we ze kunnen vragen: wat gebeurt er daar bij jullie? Hoe ervaren jullie dat? Welke verhalen moeten er verteld worden? Welke delen van jullie heilige geschriften bekritiseren jullie zelf? Kunnen we misschien iets voor jullie betekenen? Ongetwijfeld zullen deze emancipeerders niet met één mond spreken, het met elkaar oneens zijn, en misschien niet zeggen wat wij van vooraf hadden verwacht. Om uit het artikel ‘Those poor muslim women’ te citeren:

‘It would require more hard work from journalists and opinion writers. Things like reading about the history of women’s rights in each country. Talking to activists on the ground. Understanding that the hijab or “head-cover” is worn by many Muslim women out of choice and to those women who cannot choose to not wear it, it may not be the biggest hurdle facing them. That they, too, face problems with employment, education, access to health care, political participation and that all those issues may be bigger to them than the mere religious garments worn for piety — that they, too, would like to ‘have it all’.’

Ik ben van harte bereid tot ‘hard work’.

Maar! Maar ik vind dat we echt moeten ophouden om de last van het onrecht in deze buitenlanden op de schouders van alle Nederlandse moslims te plaatsen. Als een groepje islamitische geneeskundestudentes vragen heeft over het behandelen van de andere sekse, is het niet erg redelijk om ze in een soort van feministisch reflex de vrouwenhaat in sharia-landen voor de voeten te gooien. Laten we alsjeblieft een beetje nuchter blijven: zo snel verandert het hier nou ook weer niet in een Iran in de polder.

De denkfout die ik eerder noemde, ligt ook hier op de loer: dat elke islamgeïnspireerde vraag en elke twijfel meteen de last meekrijgt van alle vrouwenhaat die alle moslims overal ter wereld ooit is overkomen. Dit is niet fair. We moeten islamitisch seksisme in Nederland op zijn eigen merites beoordelen. Dat betekent dat we bij het horen over gescheiden gebedsruimtes of apart zitten tijdens een Balie-debat niet meteen gestenigde vrouwen en besneden clitorissen erbij halen, maar de toestand zoals hij in Nederland op dit moment is. Dat betekent niet dat we moeten wegkijken bij religieus getinte problemen, maar wel dat we ook in gedachten houden dat de meerderheid van de Europese moslims de democratische normen en waarden onderschrijft, en dat er onder immigranten al – zomaar zonder de bemoeienis van witte ‘echte’ feministen – flink geëmancipeerd wordt. Zoals professor Maurice Crul van de Vrije Universiteit zegt:

‘In de Turkse en Marokkaanse gemeenschap is ondertussen geen consensus meer op het gebied van man-vrouwverhoudingen. Hoogopgeleide tweede- en derdegeneratiejongeren nemen met grote stappen afstand van de traditionele opvattingen van hun ouders. Hun moeders zorgden voor de kinderen en waren financieel afhankelijk van hun man, maar de dochters hebben een goede opleiding gevolgd en verdienen hun eigen geld. Zij maken daadwerkelijk de emancipatie door.’

En daarmee komen we bij een belangrijk punt. Er is niet zoiets als ‘de islam’ of ‘de moslim’. En dus is er ook geen categorie die veroordeeld kan worden, tenzij je bereid bent om blind te varen op een religieus label dat voor de individuele gelovige veel verschillende dingen kan betekenen. Ik ben dat niet (en ik ben zeker niet de enige), omdat ik vind dat dit geen recht doet aan alle moslims die hun geloof op een tolerante, geëmancipeerde en vrijheidslievende manier beleven. Evenmin doet het recht aan het zelfbeschikkingsrecht van moslima’s, of aan de strijd van feministische moslimvrouwen om van binnenuit hun geloof, cultuur en wereld te hervormen.

Bovendien: het zou toch al te gek zijn om te strijden voor de bevrijding van de vrouw, en daarbij haar vrijheid om te geloven wat ze wil uit te sluiten. En het is al te dol om te pleiten voor recht op zelfbeschikking, en dan de keuze om je hoofd of lichaam te bedekken of gescheiden te bidden uit te sluiten.

Liever pleit ik voor een soort nuchter feminisme, dat iedereen in z’n waarde laat:

1. Dat vrouwenhaat wordt veroordeeld om wat het is – geweld, onderdrukking, discriminatie, achterstelling, enzovoorts –, en dus zonder een complete religie in al haar vormen en met al haar belijders af te keuren.

2. Dat alle vormen van seksisme worden bestreden: niet alleen de vormen die verbonden zijn met de islam, niet alleen de westerse. Gewoon alle.

3. Dat alle vrouwen de vrijheid hebben om zelf hun strijdperk te kiezen, zonder dat een kudde ‘echte feministen’ ze voorschrijft wat ze moeten doen. (Dus moslima’s bepalen zelf hoe ze emanciperen, en ik schrijf gewoon over Bart Smit-folders als ik dat wil. Dat zijn allemaal kanten van dezelfde vrijheid waar zo hard voor gevochten is, en waar we nog steeds voor vechten)

4. En dat we, als we het dan toch over ‘echt feminisme’ hebben, onze liefde voor de vrijheid van de vrouw inzetten om elkaar daarbij te steunen, in plaats elkaar de tent uit te vechten over de vraag wie de beste of echtste feminist is. We lijken wel een stelletje machokerels die zich alleen maar druk maken over wie de grootste heeft zeg. In vredesnaam.

 

* Op mijn website http://seksisme.tumblr.com/ verzamel ik voorbeelden van huis-, tuin- en keukenseksisme. Het idee is blijkbaar ontstaan dat ik dat doe omdat ik denk dat een enkele Bart Smit-folder vrouwen onderdrukt, of zoiets. Niets is minder waar. Het hele punt van deze fotoblog was om te laten zien dat er stereotypen zijn die voortdurend op allerlei in principe best gezellig en onschuldig ogende micro-manieren worden benadrukt: dat hij stoer en ambitieus is, en zij mooi, sexy en zorgzaam. Zo worden mannen en vrouwen er de hele dag aan herinnerd wat hun ‘rol’ is. Het is een soort bloeden uit duizend kleine wondjes.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.