Zeven spelregels: hoe schrijf je over een trans vrouw of trans man?

Foto: Getty Images

Lieve collega-journalisten,

Het viel mij en enkele andere journalisten op dat diverse media niet weten hoe je over trans mannen en -vrouwen en andere genderidentiteiten schrijft. De Volkskrant berichtte een tijdje geleden bijvoorbeeld over het feit dat Bradley Manning nu als Chelsea door het leven gaat, maar duidde deze trans vrouw in het hele artikeltje aan als een ‘hij’. Het ging over ‘zijn veroordeling’, en ‘hij zou geen operatie willen ondergaan.’

Dit noopt mij tot een kort lesje transetiquette, waarvan ik hoop dat jullie, waarde collega’s, hem ter harte zullen nemen. Het is niet moeilijk, want er zijn maar een paar spelregels.

1. Hij/zij: Zodra iemand kond doet van zijn of haar transitie (‘Ola, mensen, ik mag dan als man bekend staan maar ik ben qua identiteit een vrouw’ – of vice versa) schakel je in je adressering en persoonlijk voornaamwoorden onmiddellijk over van de gender die bij de geboorte is toegewezen op de gender van iemands identiteit. Niet pas als hij of zij ‘de operatie’ heeft gehad. Of met een hormoonkeur is begonnen. Of als zijn of haar paspoortaanduiding heeft laten aanpassen. Gewoon, meteen, hopla. Zo simpel is het. Ook niet lollig doen met ‘zhij’, ‘het’, ‘she-male’ of aanhalingstekens – ‘vrouw’ – ofzo.

2. De naam: bij de transitie waar we het net over hadden, neemt iemand vaak ook een nieuwe naam aan. Gebruik vanaf dat moment dan dus ook gewoon die naam. Dat doen we tenslotte ook al eeuwen bij mensen die na het trouwen de achternaam van hun lief aannemen enzo, dus heel waanzinniggekmodernwow is het niet. Dus niet zo (looking at you, NOS): ‘Hoewel WikiLeaks garandeert dat de identiteit van klokkenluiders niet te achterhalen is, werd inlichtingenanalist Bradley Manning (die zich in 2013 Chelsea ging noemen) voor het lekken van de video en 260.000 diplomatieke telegrammen veroordeeld tot 35 jaar gevangenisstraf.’ Maar zo: ‘Inlichtingenanalist Chelsea Manning werd veroordeeld.’

3. Transgenders: Nog een eenvoudige: ‘trans’ en ‘transgender’ zijn bijvoeglijk naamwoorden, geen (onderdeel van) zelfstandig naamwoorden. Zeg dus niet, zoals Nu.nl deed: ‘Transgender kan geslacht op paspoort eenvoudiger wijzigen’, maar spreek van trans (spatie*) mannen/vrouwen/mensen of zeg: ‘iemand die trans is’ of ‘mensen die transgender zijn’. Of, als je echt in een revolutionaire bui bent, zet je het er gewoon helemaal niet bij. Het klinkt bizar, ik weet het, maar tenzij je schrijft over expliciet transgerelateerde zaken kán het gewoon, dat je bijvoorbeeld iets zegt over het strafrechtelijk wel en wee van mevrouw Chelsea Manning, zonder haar genderidentiteit te bespreken.
*) Jaahaa, ik weet wel dat het Groene Boekje stelt dat afleidingen met voorvoegsels van Latijnse of Griekse herkomst (coauteur, locoburgemeester, prodemocratisch, pseudokoper, quasiauthentiek, semiautomatisch, viceadmiraal) aan elkaar geschreven moeten worden. Maar doe die spatie nou toch maar: hier leest u waarom.

4. Trans zijn/worden: Stel, iemand die altijd bekend stond als man kondigt aan dat zij (ja, zij, ja) voortaan als vrouw door het leven gaat. Zeg dan niet dat zij een vrouw is gewórden, maar dat zij een vrouw ís. In de meeste gevallen weten trans mensen al heel lang – vaak van heel jongs af aan – dat hun gender niet overeenkomt met wat er op hun paspoort staat; het enige wat er voor hen veranderd is, is dat ze het nu wereldkundig hebben gemaakt. Op dezelfde fiets zijn trans mannen geen voormalige vrouwen en trans vrouwen geen voormalige mannen. We spreken immers ook niet over, zeg, Albert Verlinde als voormalig hetero, of wel soms? Precies. Jij vat ‘em.

5. Twijfelgevallen: Soms is het niet helemaal duidelijk in welk hokje iemand hoort. Neem bijvoorbeeld zangeres Conchita Wurst: is dat nu een vrouw met een baard of een man in een jurk? Bij drag queens is de algemene regel: zijn ze in drag of spreek je over hun werk als artiest, dan zijn ze een ‘zij’ en ‘mevrouw’. Zijn ze dat niet, dan ‘hij’ en ‘meneer’. Bij drag kings is dat logischerwijs hetzelfde maar dan precies andersom. Is iemand geen drag artiest maar non-binair, genderqueer, genderfluid of iets dergelijks? Blijf kalm, geen paniek! Ook daar is een oplossing voor: vraag gewoon even hoe iemand graag aangesproken en genoemd wil worden. Très easy.

6. ‘Normale mensen’: Soms bevind je je als journalist in de situatie dat je gaat schrijven over trans mensen en, nou ja, de rest van de mensen, dus stervelingen die niet trans zijn. Vaak noemen journalisten deze laatste groep dan ‘gewone mensen’ of ‘normale mensen’. Vriendelijk verzoek: onderdruk deze aanval van taalkundige armoede. Voor de groep niet-trans mensen is namelijk gewoon een woord: cis of cisgender. Cis komt uit het Latijn en betekent ‘aan dezelfde kant’ (dit in tegenstelling tot ‘trans’, wat ‘aan de andere kant’ betekent. Zie je de logica?).

7. Ombouwen: Deze laatste is echt een eitje. Gebruik nooit het woord ‘ombouwen’ om een geslachtsveranderende operatie aan te duiden. Een mens is geen badkamer. (Nee, echt, Fred? Ja, het is amazing, Mike!)

Dat was het. Makkelijk, hè? Kind kan de was doen. Bedankt voor uw aandacht :)

=

NB. Dit bericht is bewerkt op 20 juli 2014 (ik voegde regel 3 t/m 7 toe) en op 13 oktober 2016 (ik voegde regel 2 toe)

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.