Een wereld waar vrouwen willen wonen?

Foto: Getty Images

Dit artikel verscheen in maart 2016 in OneWorld.

 

‘Er is een land waar vrouwen willen wonen’, schreef de feminist Joke Smit in 1981. ‘Waar vrouw-zijn niet betekent: tweederangs en bang en klein.’ Ik heb de afgelopen weken vaak aan die woorden gedacht, in de nasleep van de massa-aanranding op oudejaarsnacht in Keulen. Volgens sommigen bestaat West-Europa uit zulke landen, en waren het de asielzoekers* op dat Keulse plein – met name de moslims onder hen – die deze idylle bruut kwamen verstoren. In deze visie gelden seksueel geweld en vrouwenhaat als zaken die met de vluchtelingenstroom meekomen uit met name Syrië en Afghanistan.

Onzin, zeiden anderen. Tijdens carnaval of de Duitse oktoberfeesten zijn aanranding en verkrachting ook schering en inslag, en dan bestaat het daderspul doorgaans uit witte inboorlingen. Geen idee of er een land is waar vrouwen niet bang hoeven zijn, maar die plek is niet hier. Nooit geweest ook.

Ik vraag me af hoe het zit. Zijn verkrachting en misogynie importproducten of iets van alle culturen? Is dit eigenlijk wel een wéreld waar vrouwen willen wonen?

Oorlog en geweld

Dat laatste blijkt alvast vies tegen te vallen, ontdek ik zodra ik in de cijfers duik. Volgens de Verenigde Naties krijgt 35 procent van alle vrouwen op deze aardkloot te maken met seksueel of huiselijk geweld. Wat me meteen opvalt: als je alleen naar de Europese Unie kijkt, ligt dat aandeel nauwelijks lager. Volgens een groot onderzoek uit 2014 gaat het ook hier om een derde der dames. Dezelfde studie meldt dat meer dan de helft weleens ongewenst op een seksuele manier werd aangeraakt, en dat één op twintig vrouwen ooit verkracht is. In Nederland plaatst onderzoek van seksualiteitskenniscentrum Rutgers dat cijfer rond de één op negen. En dan is er nog het leed dat jonge meisjes wereldwijd wordt aangedaan: de 120 miljoen die ooit in hun onvolwassen leven gedwongen werden tot geslachtsgemeenschap, de 200 miljoen die een vorm van genitale verminking ondergingen, de 700 miljoen kindbruidjes.

Ik ben benieuwd hoe dat zit met de landen waar op dit moment de meeste vluchtelingen vandaan komen. Syrië was – tot mijn verbazing – vroeger niet eens het allerberoerdste land om vrouw in te zijn. Het land kende een grondwet die de gelijkheid tussen de seksen vastlegde, en cijfers uit 2008 (drie jaar voor de pleuris uitbrak) geven geen reden om te denken dat verkrachting er meer voorkwam dan elders. De oorlog veranderde dat radicaal. Strijdende partijen gebruiken verkrachting als oorlogswapen; vaak drijven ze ‘overwonnen’ vrouwen samen en misbruiken hen. De slachtoffers kunnen vervolgens te maken krijgen met stigmatisering, verstoting of zelfs eerwraak, vertelde de Syrisch-Britse arts Rola Hallam in 2013 op een conferentie over vrouwenrechten. Veel van deze vrouwen vluchten, alleen of met hun kinderen; vervolgens komen ze in kampen terecht waar het risico op misbruik van een ‘onbegeleide’ vrouw groot is.

Ook het aantal kindhuwelijken stijgt – iets dat ook in ons land niet onopgemerkt bleef, toen vorig jaar bleek dat er Syrische meisjesbruiden in Nederlandse azc’s verbleven. Ik herinner me dat boze tongen toen al snel spraken over ‘die achterlijke cultuur’. Maar klopt dat? Of is hier sprake van oorlogsgerelateerde wanhoop? Dit is wat Hallam erover zei: ouders die met hun gezin maar met moeite kunnen overleven ‘weten gewoon niet wat ze met hun kinderen aanmoeten, zeker niet als het alleenstaande moeders zijn.’

De gedachte en de praktijk

En die andere grote groep vluchtelingen die momenteel naar Nederland komt, de Afghanen? Over hun vaderland is op seksueel-geweld-gebied weinig fleurigs te melden. Zo lees ik dat vrouwen die aangifte doen van verkrachting het risico lopen om aangeklaagd te worden wegens overspel – en daar staat de doodstraf op. Mochten ze niet gehuwd zijn, dan kunnen ze gedwongen worden om met hun verkrachter te trouwen (al was het maar omdat niemand anders ze in al hun onmaagdelijkheid nog wil hebben). Deze wetten en gewoontes zijn gebaseerd op de Afghaanse interpretatie van het islamitisch geloof en de sharia. Waarop ik mezelf dwing om die ene vraag te stellen waar feministen het vaak moeilijk mee hebben: zou het dan misschien toch kunnen dat de wortels van deze grove vrouwenrechtenschendingen toch in de religie liggen?

Om niet te verdwalen in het wilde woud der islam-interpretaties, ga ik te rade bij een islamgeleerde, de invloedrijke Sheikh Ahmad Kutty van het Islamitisch Instituut van Toronto. Hij schrijft dat het qua Koran en andere heilige boeken zo zit: een vrouw die tegen haar wil en verdere algehele deugdzaamheid in toch tot gemeenschap gedwongen wordt, treft geen schuld of zonde of blaam, en mag geen straf krijgen. Islamgeleerden zijn hier unaniem over, stelt Kutty.

Dat klinkt op zich nog best oké, maar de crux zit hem natuurlijk in dat stukje over wil, dwang en deugdzaamheid. Als ik wat verder doorlees, zet dit een soort achterdeur open; het staat toe dat met een beroep op dezelfde religie de praktijk voor vrouwen vaak aanzienlijk gruwelijker is voornoemde vrome godsdienstige gedachte. Ik moet denken aan Marte Dalelv, de Noorse die in Dubai verkracht werd door haar baas, maar die ook een drankje ophad. Dat vond de rechter niet zo deugdzaam, dus kreeg ze tot schrik van de westerse wereld een celstraf van zestien maanden opgelegd wegens buitenechtelijke seks en alcoholgebruik. Of aan het Saoedische meisje dat journalist Mona Eltahawy noemt in haar Foreign Policy-artikel ‘Why do they hate us?’. Het meisje was slachtoffer van een groepsverkrachting, maar de rechter stuurde haar toch naar de gevangenis, omdat ze zelf in de auto was gestapt bij een man die geen familie van haar was.

Verkrachting binnen het huwelijk

En alsof dat nog niet getuigt van genoeg vrouwenhaat, kom ik nog iets tegen dat in islamitische landen doorgaans gewoon is toegestaan: verkrachting binnen het huwelijk. Het idee daarachter is dat een echtgenoot door te trouwen recht heeft op seks met zijn vrouw (en omgekeerd). In Afghanistan, bijvoorbeeld, kennen ze sinds een paar jaar ‘artikel 132’: een wet die stelt dat het een man toekomt om het elke vierde nacht met zijn significante ander te doen, tenzij ze ziek is. Of ze nee zegt, maakt niet uit.

Deze wet zorgde in het westen voor de nodige dit-is-barbaars-opschudding, en terecht. Maar tegelijkertijd zie ik weinig aanleiding om nu onmiddellijk de culturele superioriteit van het westen uit te roepen. In Nederland is verkrachting binnen het huwelijk tenslotte pas sinds 1991 verboden.

Bovendien zou het een misvatting zijn om te denken dat anno 2016 alleen moslimlanden verkrachting binnen het huwelijk toestaan. In het overwegend hindoeïstische India vinden ze het huwelijk heilig, en vertikt de regering het daarom om een verbod uit te schrijven – ondanks het feit dat de VN vorig jaar bekend maakte dat maar liefst 75 procent van de Indiase vrouwen door haar echtgenoot is verkracht. Niet dat een wet trouwens zaligmakend is. Het voornamelijk christelijke Papoea-Nieuw Guinea verbood seksueel geweld binnen het huwelijk in 2003, maar in een groot onderzoek van de VN uit 2013 gaf 59 procent van de mannen gewoon toe dat ze hun partner weleens hadden verkracht of aangerand, en vaak ook nog mishandeld.

Elke cultuur een rechtvaardiging

Er zijn veel landen waar vrouwen niet willen wonen. Maar ik denk niet dat dit is voorbehouden aan slechts enkele culturen. Sterker nog, als de cijfers iets laten zien, is het dit: dat een man die een vrouw heeft verkracht, in bijna elke cultuur wel een rechtvaardiging kan vinden voor zijn daad. In moslimlanden heet die rechtvaardiging vaak ‘islam’; dat is een soort vrouwenhaat die we allicht zullen importeren. Maar het zou een misvatting zijn om te denken dat hier bij ons pre-vluchtelingenstroom een soort feministisch walhalla bestond, waar vrouwen nooit iets te vrezen hadden (één op de negen Nederlandse vrouwen is ooit verkracht, tenslotte). Ik vraag me serieus af of die na-Keulse discussie over importmisogynie wel zin heeft. Bij mijn weten is er immers nooit iets opgelost door door de ene berg narigheid – boerenkoolvrouwenhaat, seksueel geweld van eigen bodem – te begraven onder een andere berg lelijkheid – vreemdelingenhaat, geweld tegen asielzoekers.

‘Er is een land waar mensen willen wonen’, schreef Joke Smit, en ze eindigde met deze woorden: ‘Waar zwakken met respect benaderd worden, en vreemdelingen niet meer gekleineerd. Waarin geweld door niemand meer geduld wordt, waar allen kunnen troosten als een mens ten onder gaat. Dat is het land waar mensen willen wonen. Het land waar de saamhorigheid bestaat.’

=

*) Na het schrijven van dit artikel bleek dat er bij het seksueel geweld op oudjaarsnacht in Keulen niet of nauwelijks asielzoekers betrokken waren. De daders bleken veelal leden van criminele bendes te zijn (zie bijvoorbeeld dit artikel van Lover)

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.