Mensen die alleen over vrouwenrechten praten in de context van islamkritiek

Foto: Getty Images

Deze column stond (in iets ingekorte vorm) op 17 januari 2014 in de Volkskrant.

 

Mag je als arts iemand van een andere sekse onderzoeken? Die vraag stond afgelopen zaterdag op het workshopprogramma van de Vrije Universiteit, die een multiculturele vrouwendag voor geneeskundestudentes en hun familie organiseerde. Dat onderwerp had de VU niet zelf bedacht. Uit de bijbehorende folder blijkt dit deze kwestie al pre-vrouwendag leefde onder moslimstudentes. Iemand met verstand van medische ethiek en islam kwam het dilemma met de aanwezigen bespreken.

‘Meer dan triest’, noemde de PVV het in de Kamervragen die ze hierover stelden. Als het aan hen ligt beloven de ministers van dienst dat er geen cent belastinggeld meer wordt verspild aan ‘multiculprojecten’ als workshops over ‘islamitische sekse-apartheid binnen de geneeskunde’. Grote woorden voor het simpelweg bespreken van een vraag van een stel jonge vrouwen.

Bij GeenStijl haalden ze het feminisme erbij. Aletta Jacobs rolt om in haar graf, schreven ze, want zo’n vraag mag helemaal nooit gesteld worden aan een medische faculteit, ‘en als dat iemand niet bevalt dan creperen ze maar.’ Blijkbaar vindt GeenStijl dat de wereld qua feminisme beter af is als we moslima’s de mond snoeren over hun dilemma’s.

Ik waag dat te betwijfelen. Het lijkt me uitstekend om tijdens de opleiding aandacht te besteden aan een zo veelkleurig mogelijk palet aan ethische ingewikkeldheden. Of je je werk als arts goed kunt uitvoeren zonder iemand van de andere sekse te onderzoeken is een tweede, maar spreken over dit soort eventuele apen en beren lijkt me geen probleem. De VU zal vast ook zorgen dat gelovige artsen-in-spé kunnen praten over gewetensbezwaren bij euthanasie en abortus. Het kan me ontgaan zijn, maar ik geloof niet dat het agenderen van dit dilemma – waarin vooral christenen het debatstechnische voortouw nemen – heeft geleid tot verontwaardigde Kamervragen. Sterker nog: we vinden dit heel normaal.

En daar zit hem de crux. In onze samenleving worden de acties, woorden en vragen van moslims door een luidruchtige groep roeptoeters voortdurend langs een andere meetlat gelegd dan die van andere groepen. Zo leidde het feit dat de VU een islamitische gebedsruimte heeft waar mannen en vrouwen apart bidden tot verontwaardiging, maar geen stofje waaide op toen in het Volkskrant Magazine stond dat de hippe evangelische City Life Church op sekse segregeert. (De kerk organiseert mannenavonden waarin gepraat wordt over werk en ambitie; op de vrouwenavonden gaat het tot mijn onmetelijke treurnis om nagels lakken en kapsels maken.)

Nog zoiets: als bij zo’n gebedsruimte een plek is waar vrouwen en mannen zich gescheiden kunnen wassen is dat een probleem, maar apart toiletteren vinden we niet alleen gewoon, maar zelfs een onvervreemdbaar recht. Als er ladies night en men’s night is in de plaatselijke bioscoop, mag ik in al mijn piemelloosheid niet naar de laatste actiefilm. Dit noemen we ‘een gezellig avondje uit’. Maar als moslims aan de Balie vragen of er tijdens een islamdebat kan worden geregeld dan mannen en vrouwen desgewenst gescheiden van elkaar kunnen plaatsnemen, is dat ‘buigen voor moslimdwang’ en schrijft publicist Joost Niemöller over ‘apartheid’ en ‘dictatuur’.

De immer eloquente Niemöller is ook degene die fier op de bres springt voor verkrachte vrouwen – mits hij op basis van smoezelige statistiek vermoedt dat de daders moslimmannen zijn. Dan heet het dat in Zweden ‘moslims massaal westerse vrouwen verkrachten’, terwijl ‘wij zwijgen’ en ‘de islam dat toestaat’. Geen woord rept hij over, zeg, de arme vrouwen die in het voornamelijk boeddhistische Birma door soldaten worden verkracht. Bij de PVV hebben ze trouwens vergelijkbare mores. Op hun website valt het woord ‘vrouwenrechten’ alleen in de context van islamkritiek.

De mensen die deze aparte moslimmeetlat in stand houden, verwijten me bijna dagelijks dat ik onvoldoende aan islamkritiek doe. Mijn geschrijf over het alledaagse seksisme van ladies nights en nagellakavondjes vinden ze gezeur, maar als ik zou zeggen dat ‘de islam’ heel slecht is voor vrouwen zou ik me acuut tot het ware feminisme bekeerd weten. Mijn insteek – alle soorten seksisme en vrouwenhaat even kut vinden, ongeacht de achtergrond ervan – is niet eens bij benadering goed genoeg.

Andere feministisch geïnclineerde vrouwen vergaat het net zo, blijkt uit een stuk van journalist Laurie Penny in The Guardian. Het lijkt erop, overweegt ze, dat deze islamonvriendelijke lieden proberen de aandacht af te leiden van het structurele seksisme in de westerse cultuur door te zeggen dat het in andere culturen nóg slechter is. Alsof de manier waarop ‘wij’ aan sekse-apartheid doen per definitie ongevaarlijk en knuffelbaar is, en ‘hun’ manier onvermijdelijk getuigt van boosaardige vrouwenhaat.

Maar dat is geen feminisme. Dat is het opstoken van een multicultureel conflict om maar niet in de spiegel te hoeven kijken.

 

 

 

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.